Antwoorden Week 9 van 18-05-2020


Vraag 1:

Je hebt 20-22 punten met een verdeelde hand en opent 2SA.
Partner alerteert en legt desgevraagd uit dat je een zwakke hand belooft met lengte in de beide lage kleuren.
Op dat moment realiseer je je dat je deze afspraak even was vergeten.

A: Je mag niets laten merken van jouw fout.
Je mag niets laten merken van jouw fout.
Een biedfout als deze is toegestaan en hoef je niet te melden. In
tegenstelling tot verkeerde uitleg: die moet altijd worden gemeld!
B: Je mag niets laten merken van jouw fout, maar moet de vergissing wel melden,
     meteen na het bieden als je leider of dummy wordt, of meteen na het spelen als je moet tegenspelen.
C: Je moet deze vergissing meteen melden.


 Vraag 2:

Als op een bridgeclub louter voor de gezelligheid wordt gespeeld:

A: corrigeer je een verzaking met elkaar zonder arbitrage te vragen.
B: vraag je alleen arbitrage als je er samen niet uitkomt.
C: vraag je geen arbitrage als een van de tafelgenoten zelf arbiter is.
D: corrigeer je een onregelmatigheid niet zonder arbiter.
Deze stelling is meer een conclusie.
Vaak is het argument om geen arbitrage te vragen we spelen voor de gezelligheid.

Gezelligheid kan echter niet ten koste gaan van correcte rechtzettingen volgens de spelregels.
In de Strekking van de Spelregels staat dat de spelregels in de eerste plaats zijn bedoeld voor het voorkomen en opheffen van ontstane schade; niet om te straffen.


Vraag 3:

De strekking van de spelregels is in de eerste plaats:

A: om schade door onregelmatigheden te voorkomen of te herstellen.
B: om overtredingen te bestraffen.


Vraag 4:

Je partner komt uit met HARTEN Vrouw. Van een (binnen)serie komen jullie uit met de hoogste honneur.
De leider vraagt aan jou naar de boodschap van deze uitkomst.
Wat antwoord je als je ziet dat jijzelf HARTEN Boer hebt?

A: Van een serie of binnen serie komen we uit met de hoogste honneur.
B: Daar geef ik liever geen antwoord op.
C: In de regel komen we van een serie of binnen serie uit met de hoogste honneur.
     Maar daar wordt weleens van afgeweken.
D: Dat staat op onze systeemkaart.


Vraag 5:

Als je rechtertegenstander een sprong-bod doet:

A: Moet je tien seconden wachten mits hij het Stopkaartje gebruikte.
B: Mag je bieden zodra hij het Stopkaartje opruimt.
C: Mag je na tien seconden een bieding doen, ook als het Stopkaartje blijft liggen.
D: Mag je na tien seconden bieden, mits het Stopkaartje dan is opgeruimd.