Week 11 van 01-06-2020


Vraag 1:

Je neemt met je partner plaats; jullie tegenstanders zijn er nog niet.

A: Je mag de kaarten nog niet uit het board halen.
B: Je mag de kaarten wel uit het board halen en tellen, maar nog niet bekijken.
C: Je mag de kaarten uit het board halen, tellen en op kleur sorteren.


 Vraag 2:

Eerste ronde; het spel hebben jullie net geschud. Er wordt rondgepast.

A: Het spel moet opnieuw worden geschud.
B: Het spel mag opnieuw worden geschud.
C: Het spel mag niet opnieuw worden geschud.


Vraag 3:

Het bieden is afgelopen; jij bent dummy in een 6SA-contract.
Nadat je rechtertegenstander is uitgekomen en jij jouw kaarten hebt opengelegd,
ben je bijzonder nieuwsgierig naar wat jouw partner in handen heeft.

A: Je zult je nieuwsgierigheid moeten bedwingen tot na de 13e slag.
B: Je mag tot en met de eerste slag achter je partner gaan staan om zijn hand te bekijken,
     maar tijdens het spel absoluut niets laten merken.
C: Je mag achter je partner gaan staan t/m de laatste slag, maar je absoluut niet met het spel bemoeien.


Vraag 4:

Aan jouw tafel zijn alle spellen gespeeld, maar de ronde is nog niet afgelopen.

A: Je moet blijven zitten tot de ronde is afgelopen.
B: Je mag opstaan en meekijken bij een andere tafel, mits dat een andere lijn is met andere spellen.
C: Je mag opstaan en meekijken bij een andere tafel, mits jij die spellen al hebt gespeeld.


Vraag 5:

Je speelde de eerste ronde op de zuid-plaats. De volgende ronde speel je met jouw partner weer in de NZ-richting.

A: Je moet dan weer op de zuid-plaats gaan zitten.
B: Je mag dan zowel noord als zuid gaan zitten.


Geef in het bericht de letters van jouw antwoord mee.
Bijvoorbeeld: Mijn antwoorden zijn: ABCAB
Plaats in het bericht ook het weeknummer. (Week 11)